De wasmachine en droger stonden bij een klant in de bijkeuken open en bloot naast elkaar, met een wasmand ertussen en een berg schoon goed erbovenop. “Ik wil dat het weg is,” zei ze. Niet letterlijk weg, maar achter een deur, uit het zicht. Een inbouwkast voor wasmachine en droger achter één deur is een van de fijnste klussen die ik maak: klein van formaat, groot in dagelijks plezier. Maar er zitten wel wat maten en valkuilen aan vast. Ik neem je mee.
Naast elkaar of op elkaar?

De eerste vraag is altijd: staan de machines naast elkaar of gestapeld? Naast elkaar heb je minimaal 130 centimeter breedte nodig, twee machines van elk zo’n 60 centimeter plus wat lucht en de kastwanden. Achter één brede deur wordt dat een fors blad om te dragen, dus vaak kies ik daar voor twee deuren die als één ogen. Gestapeld is ruimtetechnisch slimmer: dan heb je maar 70 centimeter breedte nodig en gaat de kast de hoogte in. Voor stapelen heb je wel een tussenstuk nodig, een verbindingsframe, anders wandelt je droger van de wasmachine af tijdens het centrifugeren.
De maten die echt tellen
Ruimte voor lucht en trillingen
Een wasmachine trilt en wordt warm. Bouw hem nooit strak in. Ik houd rond elke machine minstens twee centimeter ruimte aan, en achter de machines reken ik op tien centimeter voor de aansluitingen en de slangen. Een droger, zeker een oude luchtafvoermodel, heeft ventilatie nodig. Bij een warmtepompdroger is dat minder kritisch, maar helemaal potdicht zetten doe ik nooit. Ik maak vaak ventilatiegaten in de bodem of een kier onderaan de deur, netjes weggewerkt zodat je het niet ziet.
Diepte en deuren
Machines zijn ongeveer 60 centimeter diep, maar met de slangen erachter kom je op 65 tot 70. Meet dat na, want een kast die net te ondiep is, sluit niet. En let op de deuren van de machines zelf: een wasmachinedeur draait naar buiten open. Je kastdeur moet dus verder open kunnen dan de machinedeur, anders sta je te vloeken bij het uitladen. Ik heb dat ooit onderschat bij mijn eigen bijkeuken, de kastdeur bleef haken achter de openstaande wastrommel. Sindsdien teken ik altijd de draairichting van beide deuren mee.
Materiaal: wat kan tegen vocht?
Een wasruimte is een vochtige plek. Massief eiken kan daar prima tegen mits het goed afgewerkt is, maar ik gebruik voor het karkas vaak vochtwerend MDF of multiplex met een nette fineerlaag. De fronten mogen in massief eiken, dat geeft warmte en past bij de rest van het huis. Belangrijk is de afwerking: een goede lak of olie die tegen een spatje water kan. Hoe hout zich houdt en veroudert, daarover schreef ik in mijn stuk over olie of lak voor hout.
Wat kost een inbouwkast voor wasmachine en droger?
- Materiaal: vochtwerend plaatmateriaal voor het karkas, 150 tot 300 euro afhankelijk van de maat. Massief eiken fronten tellen daar bovenop.
- Beslag: stevige scharnieren die zwaardere deuren dragen, en eventueel een uittrekbaar werkblad boven de machines. Reken op 60 tot 150 euro.
- Uren: een gestapelde kast met één deurfront kost mij ongeveer een dag, een brede kast met werkblad en twee fronten anderhalve tot twee dagen.
- Extra’s: een uittrekbaar strijkblad, een ophangstang of een lade voor wasmiddel. Handig, maar het loopt in de uren.
Een eenvoudige gestapelde inbouwkast op maat kost al gauw 700 tot 1.100 euro. Een bredere kast met werkblad, twee fronten en wat slimme extra’s zit richting 1.400 tot 2.000 euro.
Wanneer kant-en-klaar of IKEA slimmer is
Eerlijk: heb je een rechte, standaard nis en zoek je gewoon een deur ervoor? Kijk dan eerst naar een IKEA-oplossing. Een PAX- of METOD-kast is diep en breed genoeg voor de meeste machines en kost een fractie van maatwerk. Je kunt er zelfs een mooier eiken front voor hangen als je de basiskast houdt. Ik stuur klanten met een simpele situatie geregeld die kant op. Maatwerk loont pas echt als je nis scheef is, als de hoogte ongewoon is, of als de kast naadloos moet aansluiten op een bestaande keuken of inbouwwand. Dat laatste zie je ook terug in mijn stuk over een kast op maat onder de trap, waar standaardmaten simpelweg niet passen.
Een goede meubelmaker vinden
Vraag een meubelmaker die dit vaker deed hoe hij ventilatie en trillingen aanpakt. Een goede maker vraagt meteen naar het merk en type van je machines, want die maten verschillen. Vraag ook of hij de aansluitingen bereikbaar houdt: een kraan of stekker die achter een vaste wand verdwijnt, is een probleem op de dag dat er iets lekt. Meet twee keer, bouw een keer in.
Kun je een wasmachine en droger echt helemaal inbouwen?
Ja, maar niet potdicht. Een wasmachine trilt en een droger heeft ventilatie nodig, dus ik houd rondom ruimte aan en zorg voor luchtgaten of een kier onder de deur. Zo verdwijnen de machines uit het zicht zonder dat ze oververhit raken of gaan wandelen.
Hoeveel ruimte moet ik vrijhouden rond de machines?
Reken op minstens twee centimeter aan de zijkanten en boven, en ongeveer tien centimeter achter de machines voor de slangen en aansluitingen. Meet je machines op inclusief de uitstekende delen aan de achterkant, anders sluit de kast net niet.
Is gestapeld of naast elkaar beter voor een inbouwkast?
Gestapeld bespaart breedte en heeft maar zo’n 70 centimeter nodig, ideaal voor een smalle bijkeuken. Naast elkaar geeft je een werkblad op werkhoogte, maar vraagt minstens 130 centimeter. Voor stapelen heb je wel een verbindingsframe nodig tegen het trillen.
Welk materiaal kan het beste tegen de vochtige waskamer?
Voor het karkas gebruik ik graag vochtwerend MDF of gefineerd multiplex, dat tegen een vochtige omgeving kan. De zichtbare fronten mogen in massief eiken, mits goed afgewerkt met een lak of olie die tegen spatwater kan.
